“België op zijn best”
(maar het had net zogoed Nederland geweest kunnen
zijn)

De
Heer kwam tot Noë in België in het jaar 2005.
De
aarde was verdorven en overbevolkt.
De
Heer daalde neer en gaf aan Noë de opdracht een Ark te bouwen en twee
exemplaren van elk levend wezen, samen met enkele goede mensen, te redden.
"Hier
is het plan," zei God. "Haast je, want over zes maanden zal het 40
dagen en 40 nachten beginnen te regenen.
Frank
Deboosere zal dat niet weten te verklaren en weer maar wat uit zijn duim
zuigen."
Zes
maanden later begon het inderdaad te regenen.
De
Heer keek neer en zag Noë wenen in zijn overstroomde tuin, maar hij zag geen
Ark.
"Noë,"
donderde Hij, "waar is mijn Ark?"
"Vergeef
me, Heer," smeekte Noë. "De dingen tegenwoordig zijn wel wat
veranderd tegen vroeger. Ik had een speciale bouwvergunning nodig
en
ik heb moeten discussiëren met de inspecteurs in verband met een
brandverzekering.
Mijn
buren beweren dat ik de bouwlijn overschreden heb met mijn Ark en dat ik de
maximumbouwhoogte niet gerespecteerd heb.
Ook
legden ze een klacht neer wegens geluidsoverlast op de werf.
We
zijn naar Stedenbouw gemoeten voor een advies en een beslissing.
Dan
kwamen het ministerie van Verkeer en de dienst van Bruggen en Wegen.
Zij
wilden een waarborg gestort hebben voor de mogelijke, toekomstige, kosten van
de aanpassing van de infrastructuur
als
de Ark moest verplaatst worden naar zee. Ik beweerde dat de zee tot hier zou
komen, maar daar geloofden ze geen snars van.
Hout
verkrijgen was een ander probleem.
De
‘groenen’ trekken van leer tegen het kappen van inlands hout en dit om de
gevlekte bosuil te beschermen.
Ik
probeerde de naturisten te overtuigen dat ik het hout juist nodig had om die
uil te redden.
Geen
gehoor!

Ik
verzamelde de dieren.
Maar
dan werd ik aangeklaagd door GAIA.
Michel
Van den Bossche beweerde dat ik wilde dieren gevangen hield tegen hun zin.
Ook
argumenteerden ze dat de accommodatie te beperkt was en dat het wreed en
onmenselijk was zoveel dieren te houden in zo'n kleine ruimte.
Het
Ministerie van Leefmilieu besliste dat ik geen Ark mocht bouwen,
zonder
dat ik een Milieu-effectenrapport opmaakte over de voorspelde watervloed.
Ondertussen
ben ik nog steeds bezig een klacht van het Centrum voor Gelijke Kansen en
Racismebestrijding van uw dwarse pater Leman op te lossen.
Volgens
hem moet ik een bepaald aantal allochtonen inhuren om de Ark te bouwen.
Anderzijds
willen de vakbonden dat ik enkel vakbondsleden met ‘Arkbouw-ervaring’ te werk
stel.
Om
de zaken nog erger te maken, heeft Douane en Accijnzen al mijn bezittingen en
beleggingen aangeslagen.
Zij
beweren dat ik het land illegaal wil verlaten met medeneming van bedreigde
diersoorten.
Toen
men op de ministeries van volksgezondheid en landbouw hoorde van al die dieren,
begonnen ze te ‘kankeren’ over het 'mest-actieplan' en vroegen of ik nog nooit
gehoord had over het MAP en wat ik er zou aan doen.
Dan
zwijg ik maar over de problemen met het ellebogenwerk van al die politici die,
door hun dienstbetoon, allemaal iemand hadden die absoluut mee moet.
“Dus
Heer, vergeef mij, het zal me minstens tien jaar kosten om de Ark te
bouwen."
Plotseling
stopte de regen, de hemel klaarde op en de zon begon te schijnen.
Noë
keek verwonderd op. "Wil dit zeggen dat U de wereld niet zal vernietigen,
vroeg hij."
"Neen,"
zei de Heer, "uw Belgische regering is daar al intensief mee bezig!"
Groetjes,
Cas.