Een homostel
gaat trouwen

Na een tijdje getrouwd
te zijn, zouden ze eigenlijk toch wel graag een kindje willen kopen.
De enige mogelijkheid
is uiteraard een draagmoeder.
Ze vinden een draagmoeder.
Het enige wat ze moeten doen is hun sperma wegbrengen.
Maar dan komt de grote vraag: “wie van de twee
gaat het sperma leveren?”
“Weet ge watte,” zegt één van de homo’s.
“Als we van ons tweekes
‘n staaltje in een potteke doen en eens flink
schudde.”
Zo gezegd, zo gedaan.
Na 9 maanden is hun baby er eindelijk en mogen ze naar het ziekenhuis om
hem op te halen.
Ze lopen de kraamafdeling
op en daar liggen 10 baby’s.
Negen liggen te
janken, dat je er gek van zou worden én eentje ligt te lachen.
“Amai,” zeggen ze, “laten we hope dat het diejen enen is, die ligt te lache.
Die jankers, da’s mor niks zunne.”
De zuster komt er aan.
“En welke is het zuster?” vragen ze.
“Awel,
die ene daar, die ligt te lache.”
“Amai, gelukkig maar, want die huilende baby’s vinden
we niks.”
“O, maar dat doet die
van jullie ook hoor,” zegt de zuster, “zodra ge zijn tutteke uit zijn poeperke haalt!”
Cas
van Rooij.