Het
kunstgebit

Ergens in een Limburgs plaatsje houdt
de lokale seniorenvereniging zijn jaarlijkse toneelavond.
Heel het dorp is uitgenodigd en alle
notabelen van het ‘gat’ zitten natuurlijk op de eerste rij.
De zenuwen gieren de amateurs door de
keel, want het is nog maar drie minuten voordat het grote toneelgordijn
opengaat
en de voorstelling een aanvang neemt.
De pauken van het dorpsorkest roffelen de
laatste klanken.
Plots is een der spelers even de ‘kluts’
kwijt en dreigt compleet in paniek te raken.
De regisseur vraagt hem wat er aan de hand is
en ouwe Cas zegt met een ‘pruimenbekkie,’
dat hij in de
haast zijn kunstgebit vergeten is.
Wat verd … nu
te doen en dat nét voor het doek opengaat?
Opeens is daar een rustige, statige heer, geheel in zwart gekleed en die biedt de ouwe
Cas een keurig kunstgebit aan
en vraagt hem dit te passen.
Helaas het past niet.
“Geen nood,” zegt de voorname heer en geeft
een ander kunstgebit.
Ook dit past niet en gelijkertijd haalt de man
weer een ander kunstgebit tevoorschijn en geeft dat aan de ouwe Cas.
Ditmaal past het perfect.
Het zit als gegoten.

Ondertussen zwelt de muziek aan en de
oude Cas moet gelijk op.
Een rol die op zijn lijf geschreven is,
namelijk die van een ‘oude snoeper’ die niet van de
vrouwtjes kan afblijven en een groot liefhebber is.
Cas is groots in zijn rol en speelt eigenlijk
zichzelf en daardoor de ‘stukken’ van de hemel.
Een staande ovatie na afloop en dan ziet hij
ineens die statige en voorname heer weer.
Ouwe Cas vraagt hem of hij wellicht de
plaatselijke tandarts is, daar hij zoveel kunstgebitjes schijnt te hebben?
Want Cas kent niet iedereen, hij is tenslotte ‘slechts’ import.
Eigenlijk een soort binnenlandse
allochtoon!
De man schudt langzaam zijn hoofd en
zegt tegen Cas:
“Neen, beste man, tandarts ben ik niet, ik ben
hier de lokale begrafenisondernemer!”
Silvia Videler.