Bron: www.bndestem.nl

 

Het militaire oefenterrein La Courtine

 

“De Koude Oorlog liet ons koud”

 

 

la_courtine

 

 

ETTEN-LEUR - Wegen van aangestampte schapenstront, oneindige, stoffige vlaktes met hier en daar een huisje, aardappelen gekookt in slootwater

en mooie meiden met wie je niet kon praten.

 

 

De herinneringen van Johan Jaspers (69) uit Etten-Leur aan het militaire oefenterrrein La Courtine in Frankrijk, waar hij precies vijftig jaar geleden naar toe werd gestuurd, zijn iets aardser dan de vrolijke hit Brief uit La Courtine van Rijk de Gooyer uit 1964. “Dat nummer ken ik niet,” beweert Jaspers met een stalen gezicht. “Dat liedje was veel later. Ik zat in 1959 bij de eerste lichting die naar La Courtine ging. Iedereen dacht dat we naar een of ander vakantieoord vertrokken. Nou, dat was het niet. Al het eten smaakte naar dat smerige slootwater en bij vochtig weer rook het overal naar schapenstront. Het was er stoffig en koud en we kregen zeer slecht betaald.”

 

Eind jaren vijftig. Het was de tijd van de wederopbouw, de Koude Oorlog, Elvis zat in Duitsland, The Everly Brothers kwamen naar Nederland, de familie Doorsnee klonk op de radio en de hoelahoep werd een rage. In de huishoudens deden wasmachine en stofzuiger hun intrede. Tegelijkertijd groeide op internationaal niveau de angst voor een atoomoorlog. In de jaren na het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 door de Russen, was de NAVO in hoogste staat van paraatheid. Nederlandse militairen oefenden voor de NAVO in Duitsland en later vanaf 1959 in La Courtine, midden in het bergachtige Auvergne, het hartland van Frankrijk.

 

Jaspers: “Van al die wereldproblemen wisten we in Etten-Leur niet veel. We hoorden het wel op de radio. De radiodistributie stond de hele dag aan. Er werd over gepraat, maar niemand maakte zich er druk om. Dat het menens was, bleek toen ik net in dienst zat.” “Ik kwam op in februari 1959. Plotseling moesten we halsoverkop naar Ermelo, omdat de Hongaarse leider Kádár dreigende taal uitsloeg. Drie maanden later zat ik in een vrachtwagen op weg naar La Courtine.” Jaspers werd ingedeeld bij de stoottroepen. “Voor vertrek kregen we een boekje met Franse zinnetjes. “Je suis un soldat Hollandais,” dat soort dingen. Daar hadden we weinig aan, want we verstonden helemaal niets van die Fransen. Ik moest met mijn vriend Rinus Blommerde uit Halsteren een weg bewaken in het oefengebied. We hadden dorst en kwamen terecht bij een boerderij met acht dakkapellen.”

 

“We lieten de boer onze lege veldflessen zien en hoopten op een flesje wijn. Op het moment dat hij drinken ging halen, vlogen de ramen boven open. Daar zaten acht mooie meiden. In dat godverlaten land! Ik zeg tegen Rinus: “Wat denk je daarvan? Wat doen die hier?” Het was geen bordeel. Het bleken de acht dochters van die boer te zijn. Ze mochten niet naar buiten van hem. We verstonden niets, dus het bleef bij zwaaien. Daarna kwam die boer terug met onze veldflessen. Niks wijn. Hij had ze gevuld met datzelfde vieze slootwater. Bah.” Contact met Franse meisjes was er sowieso amper. Jaspers: “Op zondag waren we vrij. Dan verkenden we de omgeving. Ik ben in Clermont-Ferrand geweest, La Bourboule, Aubusson, maar daar zag je op zondag geen kip op straat. In La Courtine, net zo iets als Leur, maar dan kleiner, had je twee cafeetjes. Daar dronk ik wel eens een biertje. Eentje maar, want ik verdiende als korporaal maar een gulden en een kwartje per dag. Achter de bar stond altijd een mooie dame. Als militairen haar aanraakten, sloeg ze ze recht op hun gezicht. Mij niet hoor. Ik deed dat soort dingen nooit.” Veel vertier was er niet in La Courtine. En als het er wel was, zoals optredens van Ria ‘Rockin’ Billy’ Valk of Johnny Jordaan, ging Jaspers er niet naar toe. “Na een hele dag achter op een tank staan, was ik gewoon moe. Die optredens waren binnen en ik bleef liever in de buitenlucht.” De rock-‘n’-rollrevolutie ging sowieso langs Jaspers heen. “In Etten-Leur hoorde je dat amper. Geen Elvis, maar Twee reebruine ogen. Dat was Etten-Leur in die tijd.” Buiten La Courtine en een klus op de Bahama’s van anderhalf jaar is Jaspers Etten-Leur altijd trouw gebleven.

 

Na zijn diensttijd werd hij lasser en lasinspecteur bij verschillende chemische bedrijven als Dupont en Shell. Hij bleef in Etten-Leur wonen en doopte zijn huis “The Miracle World.” Jaspers: “Het is toch ook een wonderlijke wereld. Ik ben twee keer een maand in La Courtine geweest. In 1959 en nog een keer in 1960. De militaire oefeningen waren in onze ogen doelloos. We hebben daar vooral veel gelopen en eenzame wegen bewaakt. Vrij zinloos. Toch heb ik er een berg mensenkennis opgedaan. Ik had het nooit willen missen.”

 

 

 

Zie ook:

 

Etten in beeld

Leur in beeld

 

 

 

20 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN