Persbericht

 

30 oktober 2007

 

 

 

PvdA-raadslid griffier A.J.H. van der Donk van de rechtbank ’s-Hertogenbosch speelt eigen rechter, om met de hulp van politierechter mr G.A.F.M. Wouters tijdens een geheim verhoor op 1 november 2007 mij (A.M.L. van Rooij) een strafblad te geven en mij (A.M.L. van Rooij) door een anonieme officier van justitie uit de maatschappij te laten nemen.

 

Dit alles om daarmee de massale vergiftiging van 16 miljoen Nederlanders met tientallen miljoenen kilogrammen kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI), waarvoor voormalig PvdA-minister J.G.M. Alders, zijn politieke partij PvdA, huidig hoofdofficier van justitie mr G.W. van der Burg, als opvolger van voormalig huidig hoofdofficier van justitie mr C.R.L.R.M. Ficq, huidig minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin en zijn politieke partij CDA persoonlijk verantwoordelijk zijn in de doofpot te houden.      

 

PvdA-raadslid griffier A.J.H. van der Donk van de rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft eigen rechter gespeeld zonder schriftelijke toestemming van verantwoordelijk president mr S.J.G.N.M. Willard van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch. 

 

Verantwoordelijk president mr S.J.G.N.M. Willard van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch zal mijn verzoek om herroeping van 26 juli 2007 tegen zijn beschikking van 25 juli 2007 (zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162) dan ook alsnog door een andere griffier moeten laten inboeken en in behandeling moeten nemen, waardoor de geheime behandeling van de dagvaarding op 1 november 2007 te 9.15 uur door politierechter mr G.A.F.M. Wouters in het bijzijn van een anonieme officier van justitie en een anonieme griffier achter gesloten deuren niet kan doorgaan. 

 

 

Ad van Rooij

Ecologisch Kennis Centrum BV

Hogere Veiligheidskundige

Tel 0413 490387

Fax 0413 490386

Profiel: http://www.hetechtenieuws.org/2007-10-20.php

 

 

==============================================================

 

 

Verstuurd per fax 073-6202381 en

 

Verstuurd per e-mail: info.rechtbanksHertogenbosch@rechtspraak.nl  

 

 

 

Van:

A.M.L. van Rooij

’t Achterom 9a,

5491 XD, Sint-Oedenrode

 

Sint-Oedenrode:  30 oktober 2007

 

 

Aan:

Rechtbank ’s-Hertogenbosch

t.a.v. rechter mr S.J.G.N.M. Willard (voorzitter)

rechter mr J.F.M. Strijbos

rechter mr A.G.A.M. van de Ven

Leeghwaterlaan 8

5223 BA ’s-Hertogenbosch

 

 

 

Ons kenmerk: Aar/ 30107/hr

 

 

 

Betreft:

Nadrukkelijk verzoek om mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli

2007 van uw valselijk opgemaakte beschikking van 25 juli 2007,

zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162, per direct

doch uiterlijk vóór 31 oktober 2007 in te boeken en in behandeling

te nemen en ervoor te zorgen dat de oproeping van politierechter

mr G.A.F.M. Wouters, - dat ik op 1 november 2007 te 9.15 uur in

de raadskamer van uw rechtbank moet verschijnen, -  hetgeen

hiervan het gevolg is daarop vóór 1 november 2007 is ingetrokken.

 

 

 

Geachte zeer hooggeleerde heer mr S.J.G.N.M. Willard,

 

Bij brief van 26 juli 2007, kenmerk: AvR/26077/vz, heb ik aan u een gemotiveerd verzoek gedaan om herroeping van uw beschikking d.d. 25 juli 2007, zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162, op mijn wrakingsverzoek van politierechter mr G.A.F.M. Wouters.

 

Mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007 aan u gericht vindt u bijgevoegd (zie productie A). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Heden, na maar liefst ruim drie maanden hebt u mijn verzoek om herroeping van uw beschikking d.d. 26 juli 2007 nog steeds niet in behandeling genomen. Ik ben eens gaan uitzoeken hoe dat dit nu in hemelsnaam mogelijk is. Al redelijk snel kwam ik tot de oorzaak. De oorzaak zit hem in een valselijk opgemaakte brief d.d. 30 juli 2007 van uw griffier A.J.H. van der Donk. Betreffende brief d.d. 30 juli 2007 vindt u bijgevoegd (zie productie B). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

 

Uw griffier A.J.H. van der Donk was vanuit zijn functie wettelijk verplicht om ons verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007, gericht aan rechter mr S.J.G.N.M. Willard (voorzitter), in te boeken en een nummer toe te kennen, waarna het door u als president van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in behandeling kon worden genomen. Wat blijkt nu, uw griffier A.J.H. van der Donk heeft eigen rechter gespeeld en heeft op mijn verzoek om herroeping d.d. 30 juli 2007 aan u als rechter (voorzitter van de meervoudige kamer), die in laatste instantie over de zaak (zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162) heeft geoordeeld, bij brief van 30 juli 2007 mij hierover letterlijk het volgende bericht (zie productie B):

 

 

Geachte heer Van Rooij

 

In reactie op uw brief van 26 juli 2007, waarin u verzoekt om de beschikking van de wrakingskamer van 25 juli 2007 in te trekken, bericht ik u als volgt:

 

In uw brief stelt u dat u de uitnodiging voor de zitting van de wrakingskamer niet hebt ontvangen. Uit het dossier blijkt dat met u contact is opgenomen om een zittingsdatum te bepalen voor de behandeling van uw wrakingsverzoek. Hierop hebt u aangegeven dat u hierover niet benaderd wenst te worden. Vervolgens is op 19 juli 2007 een uitnodiging voor de zitting naar het door u in uw correspondentie gebruikte adres verzonden. Ik moet dan ook constateren dat u op correcte wijze bent uitgenodigd.

 

Op grond van het vorenstaande kan de rechtbank niet aan uw verzoek tegemoet komen. Wellicht ten overvloede merk ik op dat tegen de beschikking van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat.

 

Ten slot wenst de rechtbank zich te distantiëren van de in uw brief gemaakte opmerkingen.

 

Hoogachtend,

 

A.J.H. van der Donk

Griffier

 

 

Met dit schrijven is feitelijk komen vast te staan dat uw griffier eigen rechter aan het spelen is geweest.

 

Een vaststaand feit is, dat ik nooit een uitnodiging heb ontvangen voor de zitting van de wrakingskamer op 25 juli 2007 en toch beweert hij van wel. Daarmee heeft griffier A.J.H. van der Donk valsheid in geschrift gepleegd.

 

Een vaststaand feit is ook dat ik nooit het door politierechter mr G.A.F.M. Wouters opgemaakte proces verbaal van de terechtzitting in de hoofdzaak op 29 juni 2007, met daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek, heb ontvangen. Ook daarmee heeft griffier A.J.H. van der Donk valsheid in geschrift gepleegd.

 

Uw griffier A.J.H. van der Donk sluit zijn brief d.d. 30 juli 2007 aan mij af met de volgende zin:          

 

“Wellicht ten overvloede merk ik op dat tegen de beschikking van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat.”

 

Ook daarmee heeft uw griffier A.J.H. van der Donk valsheid in geschrift gepleegd. In de artikelen 382 t/m 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat hierover namelijk letterlijk het volgende geschreven:

 

Artikel 390: Een beschikking kan op verzoek van de oorspronkelijke verzoeker of van een belanghebbende worden herroepen op gronden van genoemd in artikel 382, tenzij de aard van de beschikking zich daartegen verzet.

 

Artikel 382: Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien:

 

a.      het berust op bedrog door de wederpartij in geding gepleegd,

 

b.      het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of

 

c.    de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.

 

Artikel 391: De artikelen 382 tot en met 384 en 384 tot en met 389 zijn van overeenkomstige toepassing. Overigens wordt het verzoek tot herroeping behandeld op de wijze als in de derde titel bepaald.

 

 

 

Artikel 383, lid 1: Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

 

Artikel 384, lid 1: De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.

 

Artikel 386: De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.

 

Artikel 387: De rechter die de voor herroeping aangevoerde gronden juist bevindt, heropend het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.    

 

 

 

Mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007 van uw beschikking van 25 juli 2007 heeft u één dag nadat de grond voor herroeping is ontstaan van mij ontvangen. Dat voldoet zeer ruim aan de eis van “binnen drie maanden” zoals in artikel 383, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat geschreven.

 

Met de inhoud van mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007 (zie bijlage A) heb ik glashelder feitelijk onderbouwd dat uw beschikking van 25 juli 2007 (zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162):

 

a.         berust op bedrog door de wederpartij (politierechter mr G.A.F.M. Wouters) in geding heeft gepleegd,

 

b.         berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis zal moeten worden erkend of bij gewijsde zal moeten worden vastgesteld,

 

c.          ik als partij, betreffende dossierstukken van beslissende aard, waaronder het proces-verbaal van de zitting van politierechter mr G.A.F.M. Wouters van 29 juni 2007, nog steeds niet in handen heb gekregen, die door toedoen van de wederpartij (politierechter mr G.A.F.M. Wouters) voor mij zijn achtergehouden.

 

De inhoud van mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007 voldoet hiermee zeer nadrukkelijk aan hetgeen hierover staat geschreven in artikel 382 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

 

Ik heb mijn verzoek om herroeping gericht aan rechter mr S.J.G.N.M. Willard (voorzitter). Dat is de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld. Daarmee heb ik zeer nadrukkelijk voldaan aan hetgeen hierover in artikel 384, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat geschreven.

 

Rechter mr S.J.G.N.M. Willard (president van de rechtbank ’s-Hertogenbosch) die over de herroeping oordeelt, kan op grond van artikel 386 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.

 

Rechter mr S.J.G.N.M. Willard (president van de rechtbank ’s-Hertogenbosch) die de voor herroeping aangevoerde gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.    

 

Al deze artikelen hebt u, zijnde mr S.J.G.N.M. Willard (president van de rechtbank ’s-Hertogenbosch), met betrekking tot mijn verzoek om herroeping van 26 juli 2007 (zie productie A) overtreden. De oorzaak daarvan zit hem in het feit dat uw griffier A.J.H. van der Donk eigen rechter is gaan spelen en heeft verzaakt om mijn verzoek om herroeping van 26 juli 2007 bij uw rechtbank onder een nummer in te boeken en ter afhandeling aan u voor te leggen.

 

U zult zich afvragen waarom heeft uw griffier A.J.H. van der Donk als zodanig heeft gehandeld? Voor mij is het antwoord duidelijk en kunt u lezen in bijgevoegde brief van 21 juni 1993, A-22-89 FB/am, van criminoloog Prof. Dr. F. Bovenkerk aan Hoofdofficier van Justitie mr C.R.L.R.M. Ficq van het arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch (zie productie C). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In die brief d.d. 21 juni 1993 schrijft criminoloog Prof. Dr. F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van Justitie mr C.R.L.R.M. Ficq letterlijk het volgende:    

 

 

Geachte heer Ficq.

 

In deze brief wil ik mijn instemming betuigen met het door U (vanaf 26 februari j.l,). Uw kenmerk: Kab. 01/5068/93) voorgenomen onderzoek naar aanleiding van hetgeen door Ing. A.M.L. van Rooij te Sint-Oedenrode naar voren is gebracht over milieucriminaliteit en het impregneren van hout. Ik ben niet bij machte om de kwestie op haar chemische merites te beoordelen, maar herken wel criminologisch interessante aspecten die mogelijkerwijs bij Uw beoordeling een rol kunnen spelen.

 

De vraag waarmee van Rooij mij benaderde luidde: is hier sprake van georganiseerde misdaad?

Het antwoord op deze vraag hangt uiteraard af van de inhoud die we dit begrip willen geven. Als we het systematisch gebruik van fysiek geweld als maatstaf nemen, nee: dan (nog) niet. Als we letten op patronen van samenwerking tussen malafide ondernemers (of ondernemers met een malafide sector) en de overheid, dan wel. Op grond van enkele gesprekken en kennisname van onderdelen van diens zeer uitvoerige dossier, kom ik tot de slotsom dat van Rooij met ten minste twee regelmatigheden te maken heeft die ook in de literatuur blijken. De eerste heeft betrekking op grote milieudelicten. Bij welhaast geen modern delict is de rol van bezorgde burger zo belangrijk als hier. Erg ontwikkeld is die waakhondfunctie bij ons nog niet, tenminste als we die vergelijken met de Verenigde Staten.

 

In de literatuur (zie o.a. A.A. Block & F. Scarpitti: Poisoning for Profit. 1985) blijkt dat dit proces altijd begint bij het hardnekkig drijven van nogal bijzondere eenlingen. Zij proberen medestanders voor hun standpunten te winnen, maar ondervinden geduchte weerstand van de bedrijven of de branche waarop zij zich richten. Ze worden genegeerd, voor ondeskundig uitgemaakt, hun motieven worden verdacht gemaakt en ze worden geïntimideerd. Uit zijn relaas maak ik op dat de heer van Rooij thans ook ruimschoots met het laatste te maken heeft.

 

De tweede herkenning geldt de houding van de overheid. Bij georganiseerde misdaad denkt men vaak aan regelrechte omkoping of chantage van ambtenaren, maar dat hoeft geenszins het geval te zijn. Vaak komt het voor dat malafide bedrijven samengaan met de overheid omdat hun belangen parallel lopen en een probleem wordt opgelost. In de criminologische literatuur wordt dat verschijnsel collusie genoemd (zie Dr. G. van de Heuvel, Onderhandelen of straffen, 1983).

 

Van Rooij's hypothese dat in het onderhavige geval enkele bedrijven met het impregneren van hout een milieudoelstelling van de overheid tegemoet kwamen en dat men onder de vorige minister van VROM een convenant heeft gesloten; dat nu gebleken is dat het impregneren in feite gevaar oplevert; dat men toch niet op de afspraak terugkomt omdat er te veel aan goodwill en prestige is geïnvesteerd. Dit alles komt mij voor als geloofwaardig.

 

Ik word in dat geloof gesterkt door de categorische afwijzing van eerst minister Alders en nu minister Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten. Begrijpen kan men het wel. Van Rooij is uiterst vasthoudend en komt steeds met nieuwe correspondentie. Naar de mate waarin hij meer gelijk heeft is dat voor degenen die zijn correspondentie beantwoorden des te vervelender.

 

Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht. Ter wille van de bestrijding van collusie is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.

 

Hoogachtend,

 

Prof. Dr. F. Bovenkerk

(criminoloog)

 

C.c.

 

Veld- en Milieupolitie te Boxtel, t.n.v. de heer J. Hurkmans,

Nergena 5. 5282 JE Boxtel

Ing. A.M.L. van Rooij, 't Achterom 9a, 5491 XD Sint-Oedenrode

 

Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat criminoloog Prof. Dr. F. Bovenkerk bij bovengenoemde brief de hoofdofficier van Justitie te ’s-Hertogenbosch al op 21 juni 1993 letterlijk het volgende heeft verzocht:

 

“Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht. Ter wille van de bestrijding van collusie is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.” 

 

Heden na maar liefst ruim 14 jaar, heeft de hoofdofficier van justitie te ’s-Hertogenbosch op dit verzoek van criminoloog Prof. Dr. F. Bovenkerk nog steeds geen antwoord gegeven. De oorzaak daarvan zit hem in het feit van:

 

“De categorische afwijzing van eerst minister Alders en nu minister Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten.”   

 

Voormalig minister Alders van VROM is lid van de PvdA partij.

 

Wat schetst onze verbazing, uw griffier A.J.H. van der Donk is raadslid van de PvdA binnen de gemeente Schijndel  De PvdA heeft er alle belang bij dat dit in de doofpot blijft, dat verklaart bovengenoemd handelen van uw PvdA-raadslid griffier A.J.H. van der Donk. 

 

Voormalig minister van Justitie Hirsch Ballin (CDA) is weer huidig minister van Justitie. Huidig minister van Justitie Hirsch Ballin en de hoofdofficier van Justitie te ’s-Hertogenbosch (die na ruim 14 jaar nog steeds niet heeft gereageerd op bovengenoemde brief 21 juni 1993 van criminoloog Prof. Dr. F. Bovenkerk) hebben er persoonlijk groot belang bij dat dit in de doofpot blijft, daar zij anders, samen met voormalig minister Alders van VROM wel eens verantwoordelijk en aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de vergiftiging van geheel Nederland met tientallen miljoenen kilogrammen goed in water oplosbaar arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) waarvan (op termijn) miljoenen Nederlanders kanker zullen krijgen. Dit kanker krijgende proces is al in volle gang. Dat zal de komende jaren als gevolg hiervan explosief toenemen.

 

Uw PvdA-raadslid griffier A.J.H. van der Donk, voormalig PvdA-minister J.G.M. Alders, zijn politieke partij PvdA, huidig hoofdofficier van justitie mr G.W. van der Burg als opvolger van voormalig huidig hoofdofficier van justitie mr C.R.L.R.M. Ficq, huidig minister van Justitie Dr. E.M.H. Hirsch Ballin en zijn politieke partij CDA hebben er persoonlijk dan ook het allerhoogste belang bij dat dit alles in de doofpot blijft. Daarom moet ik hiervoor worden opgeofferd en met de hierboven beschreven hulp van uw griffier A.J.H. van der Donk (op basis van een valse aangifte van Erik van Aarle) met de hulp van politierechter mr G.A.F.M. Wouters tijdens een geheim verhoor op 1 november 2007 door een anonieme officier van justitie een strafblad krijgen en uit de maatschappij worden genomen. Hoever men binnen de rechtbank ’s-Hertogenbosch onder uw leiding als President van die rechtbank daarmee is gegaan kunt u lezen in mijn bijgevoegde sommatiebrief van 27 oktober 2007 aan politierechter mr G.A.F.M. Wouters met bijbehorend persbericht (zie productie D). Ik verzoek u om kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Ondanks mijn sommatie om daarop uiterlijk vóór 29 oktober 2007 te beslissen heeft politierechter mr G.A.F.M. Wouters dat niet gedaan.    

 

Uw wettelijke plicht als president van de rechtbank.

 

Op grond van de artikelen 382 t/m 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bent u, president mr S.J.G.N.M. Willard van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, wettelijk verplicht om mijn verzoek om herroeping d.d. 26 juli 2007 tegen uw beschikking van 25 juli 2007 (zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162) door een niet eigen rechter spelende griffier te laten inschrijven en persoonlijk in behandeling te laten nemen.

 

Op grond van bovengenoemde feiten sommeer ik u op grond van artikel 386 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering evenwel bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging van uw beschikking van 25 juli 2007 (zaaknummer/rekestnummer: 161331/Ex RK 07-162) per direct te  schorsen en ondergetekende dat vóór 1 november 2007 schriftelijk te bevestigen.

 

Tevens sommeer ik u politierechter mr G.A.F.M. Wouters per direct kenbaar te maken dat de behandeling van de dagvaarding op 1 november 2007 te 9.15 uur op grond van bovengenoemde feiten niet kan doorgaan en ondergetekende dat vóór 1 november 2007 schriftelijk te bevestigen.      

 

 Wereldwijde openbaarmaking. 

 

Om veiligheidsredenen heb ik van dit sommatie schrijven aan u, een wereldwijde verspreiding gegeven. Ik wil namelijk voorkomen dat met mij een vergelijkbaar iets gaat gebeuren als Robert Hörchner is overkomen.

 

Hoogachtend,

 

Ing. A.M.L. van Rooij

’t Achterom 9a,

5491 XD Sint-Oedenrode.

 

Bijlage:

Dit sommatieverzoek bevat de producties A t/m D bestaande uit 33 pagina’s.

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

30 oktober 2007

 

Home