Waar moet ik
de auto parkeren?

Ingmar en zijn vrouw Heidi wonen in
Oostenrijk.
Als ze op een winterse ochtend zitten
te ontbijten,
horen ze op het radionieuws dat er die dag 8 tot 10
centimeter sneeuw wordt verwacht
en dat daarom iedereen verzocht wordt de auto
te parkeren aan de straatzijde met de even huisnummers.
Dit om te zorgen dat de sneeuwploeg er goed
door kan.
Hierop gaat Heidi de auto verzetten naar de
gevraagde straatzijde.
Een week later, weer tijdens het gezamenlijke
ontbijt, komt er weer een bericht dat er dit keer maar liefst tenminste
20 centimeter sneeuw wordt verwacht.
Om de sneeuwploeg in de gelegenheid te stellen
zijn werk goed te doen, wordt nu gevraagd om de auto aan de zijde met de oneven
huisnummers te parkeren.
Heidi, braaf als altijd, gaat de auto parkeren
zoals de nieuwslezer gevraagd heeft.
De daaropvolgende week speelt dit
scenario zich weer af, alleen wordt er nu extreem veel sneeuw voorspeld.
Tijdens het verhaal van de nieuwslezer
ontstaat er, waarschijnlijk vanwege de vele sneeuw, een stroomstoring en de
radio zwijgt.
Heidi is daardoor erg opgewonden en
vraagt aan Ingmar:
“Schat, nou weet ik niet aan welke kant ik de
auto moet parkeren!
Wat moet ik nu doen?
Je weet dat de sneeuwploeg er zo meteen door
moet kunnen!”
Vol liefde en begrip in z’n stem, zoals alleen mannen, die met een blondine getrouwd
zijn, dat kunnen zegt Ingmar:
“Mijn lieve schat, waarom laat je vandaag de
auto niet eens lekker in de garage staan?”
Cas
van Rooij.